Kaaba betekenis & definitie

Kaaba is de naam van een langwerpig vierkant gebouw in de heilige Moskee te Mekka. Zij is opgetrokken van groote steenen van verschillende grootte, die op eene ruwe wijze zijn zamengevoegd en heeft bij eene lengte van 18 en eene breedte van 14 schreden eene hoogte van omstreeks 12 Ned. el. Men vindt er slechts ééne deur aan de noordzijde, 2 Ned. el boven den beganen grond, bekleed met zilver en met gouden sieraden getooid; deze deur is echter niet geplaatst in het midden van den wand, maar digt bij één der hoeken. Volgens de overlevering werd de eerste Kaaba naar het voorbeeld der troonzaal van Allah door de engelen en de tweede door Allah gebouwd en met laatstgenoemde overgebragt naar den hemel, waar zij zich loodregt boven de tegenwoordige bevindt.

Daarna vervaardigde Seth eene nieuwe Kaaba van steen en klei; zij werd door den zondvloed verwoest, en Abraham deed eindelijk de vierde verrijzen, opdat de geloovigen aldaar den éénigen God zouden aanbidden. Men ziet er thans nog den indruk van den voetstap des Aartsvaders. Intusschen werd zij later meermalen — het laatst in 1630 door sultan Moestapha — vernieuwd, zoodat van de voormalige Kaaba niets meer over is dan een stuk van den muur, hetwelk als zeer heilig wordt beschouwd. In den noord-oostelijken hoek der Kaaba is de zwarte, met zilver beslagen steen (Hadsjar-el-Aswad) vastgemetseld, die volgens de Mohammedaansche overlevering door den engel Gabriël bij het bouwen der Kaaba aan Abraham werd ter hand gesteld; zij was aanvankelijk wit, maar is zwart geworden door de vele tranen, die de Aartsvader over de zonden der menschen vergoot. Naar het voorschrift van Mohammed moeten de geloovigen gedurende het gebed derwaarts het aangezigt wenden en zich daarheen ter bedevaart begeven, om dien te kussen. De Kaaba wordt jaarlijks driemaal geopend , — eenmaal voor mannen, eenmaal voor vrouwen, en eenmaal om haar te reinigen.

Van buiten wordt zij telken jare met een nieuw zwart-zijden kleed versierd, waarop met gouddraad spreuken uit den Koran geborduurd zijn. Nabij de Kaaba vindt men de Zemzembron, waaruit de door Abraham weggezondene Hagar haren zoon Ismael drenkte en waarin de pelgrims zich baden, en onderscheidene ruimten, waarin zij hunne gewijde plegtigheden volbrengen. Het geheel is omgeven door een grooten, vierkanten, bedekten gang, Medsjid-el-Haram of de Heilige Moskee genaamd. De Kaaba heeft aanzienlijke bezittingen, die aanmerkelijke inkomsten opleveren. Zij werd reeds vóór den tijd van Mohammed als een heiligdom door de heidensche Arabieren vereerd en haar bezit gaf aanleiding tot bloedige oorlogen. Toen Mohammed zich derwaarts begaf, vernielde hij er de 365 afgodsbeelden, welke gewijd waren aan de dagen des jaars.

Laatst bijgewerkt 08-08-2018