Iacini betekenis & definitie

Iacini (Stefano), een ltaliaansch staathuishoudkundige, werd geboren in 1827 te Casalbuttano in de provincie Milaan. Tot een aanzienlijk en bemiddeld geslacht behoorende, studeerde hij aan onderscheidene binnen- en buitenlandsche universiteiten in de regten en de staathuishoudkunde, plaatste een aantal merkwaardige opstellen in tijdschriften en behaalde in 1851 den prijs voor het beste werk over de gesteldheid van den grondeigendom en van de landbouwende bevolking in Lombardije, uitgeloofd door het Genootschap ter bevordering van Kunsten en Wetenschappen te Milaan. In dit geschrift lag niet alleen eene staathuishoudkundige, maar ook eene staatkundige bedoeling.

Het was gerigt tegen het streven, waarvan men teregt of ten onregte de Oostenrijkers beschuldigde, om de huurboeren tegen de groote grondeigenaars op te hitsen. Toen eenige jaren later de aartshertog Maximiliaan de inwoners van Lombardije en Venetië door welwillendheid en velerlei hervormingen met de Oostenrijksche heerschappij poogde te verzoenen, werd ook Iacini aan het Hof van den gouverneur-generaal ontboden en belast met een onderzoek naar de oorzaken van de maatschappelijke kwijning in Valtellino. In zijn geschrift: „Valtellino” van het jaar 1858 noemde hij het Oostenrijksch bestuur de eenige oorzaak dier kwijning en baarde daardoor groot opzien in geheel Europa. Zijn werk is door Gladstone in het Engelsch vertaald. Omstreeks dienzelfden tijd vervaardigde lacini op geheimen last van Cavour eene memorie over den staatkundigen toestand van Lombardije en Venetië, een stuk, hetwelk bij vermijding van den oorlog en bij zamenroeping van een congrès aan keizer Napoleon en aan de verdere mogendheden zou worden voorgelegd. Hij kweet zich op eene loffelijke wijze van die opdragt, en werd in 1860 minister van openbare werken in het kabinet Cavour.

Na verloop van een jaar legde hij de portefeuille neder, doch aanvaardde ze nogmaals in 1864 in het kabinet Lamarmora, en bleef ze behouden in 1866 bij het optreden van het ministérieMenábrea, met dit laatste aftredende in 1869.

Als minister heeft hij veel gedaan voor de verbetering van de post- en telegraafdienst, alsmede voor den aanleg van spoorwegen.

Inzonderheid heeft hij de vaststelling van het plan tot het doorboren van den St. Gotthard met kracht bevorderd.

Laatst bijgewerkt 08-08-2018