Fabretti (Rafaël) betekenis & definitie

Fabretti, een uitstekend Italiaansch oudheidkundige, werd geboren in 1618 te Urbino in den Kerkelijken Staat. Het lezen van de geschriften der Oudheid bragt hem tot de studie der kunst. Hij zag zich belast met eene staatkundige zending naar Spanje. Na zijn terugkeer benoemde paus Alexander VII hem tot schatmeester en vervolgens tot pleitbezorger van het gezantschap te Madrid.

Toen hij zich later weder naar Rome begaf, vond hij er in den cardinaal Gasparo Carpegna, later Alexander VIII, een magtigen beschermer. Innocentius XII benoemde hem tot eersten opzigter van het archief in den Engelsburg, waarna Fabretti zijn vrijen tijd besteedde aan oudheidkundige nasporingen. Hij schreef merkwaardige verhandelingen: „De aquaeductibus veteris Romae (1680 en 1688)", en „De columna Trajani (1683 en 1690)", waarover hij in twistgeschrijf geraakte met Gronovius, zijn naam daarbij verbergende onder dien van Jasithous. Voorts deed hij ook nog andere belangrijke nasporingen en beschreef de schatten, die hij uit de catacomben te Rome had opgedolven, in zijne „Inscriptionum antiquarum, quae in aedibus paternis asservantur, explicatio (1699 en 1702)”. Hij overleed den 7den Januarij 1710, en zijne rijke verzameling van oudheden bevindt zich in het voormalig hertogelijk paleis te Urbino.

Laatst bijgewerkt 07-08-2018