Dacca betekenis & definitie

Dacca of Dakka is eene groote, maar thans zeer vervallen stad van het Britsch-Indische presidentschap Bengalen. Zij is de hoofdplaats eener provincie, die op 988 □ geogr. mijlen ruim 4 millioen inwoners telt, en ligt 33 geogr. mijl ten oosten van Calcutta aan de Boerha-Ganga, een met de Ganges verbonden arm der Brahmapoetra. Weleer was zij de hoofdstad van Bengalen, de zetel van den Nabob, en ten tijde van Aurung-Zeb bereikte zij het toppunt van bloei. Men vindt er indrukwekkende bouwvallen van paleizen, moskeeën Nederlandsche, Portugésche en Fransche kerken en factorijen, maar de bevolking, die er te voren ¼ millioen beliep, is tot op omstreeks 70000 gedaald.

Ook nu nog heeft men er 10 bruggen, 12 bazars, een olifantenstal met 100 tot 300 stuks olifanten, Protestantsche en R. Katholieke kerken, Arménische en G. Katholieke kerken, 119 tempels van Brahma, 180 moskeeën enz. De ingezetenen hielden er weleer zich bezig met de vervaardiging van uiterst fijne en kostbare weefsels, die om hunne keurigheid de namen droegen van abrawan (vloeijend water) en sjabnam (avonddauw). Thans echter is zelfs die kunst verloren gegaan, en men bepaalt er zich tot het maken van katoenen en zijden stoffen. De verminderde welvaart heeft er groote ellende veroorzaakt, die welligt door eene spoorwegverbinding kan weggenomen worden.

Laatst bijgewerkt 06-08-2018