Wat is de betekenis van WELEER?

2018
2023-02-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

weleer

weleer - zelfstandig naamwoord uitspraak: wel-eer 1. voor de tijd van nu ♢ dat zijn de liedjes van weleer Zelfstandig naamwoord: wel-eer Synoniemen eerder, tevoren, voordien, voorheen, vroeger Tegenstellingen tegenwoordig

Lees verder
1973
2023-02-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Weleer

bw., voorheen, in vroegere tijd.

1952
2023-02-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Weleer

adv., alear(en), earen, eartiids, yn ’t foarige, foarhinne.

1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Weleer

I. bw., voorheen, in vroegere tijd: dit doodse stadje, weleer een bloeiende haven; II. zn. o., (dicht.) het verleden : hij blikt soms lange, lange terug in zijn weleer (De Génestet).

Lees verder
1937
2023-02-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

weleer

bw. (voorheen, eertijds).

1930
2023-02-05
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

weleer

(‘e:r) [op een wel, wijle eer(der)] bw. in vroegere tijd. Syn. → eertijds.

1911
2023-02-05
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Weleer

staat voor ’t Mnl. wilen ere, waarin wilen 3e n.v. is van wijle = tijd; dus letterlijk: eertijds.

1898
2023-02-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WELEER

WELEER, bw. voormaals, voorheen, eertijds, in vroegeren tijd.

1898
2023-02-05
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Weleer

zie Eertijds.

1864
2023-02-05
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Weleer

Weleer, bijw. voormaals, voorheen, eertijds, in vroegeren tijd.