Gepubliceerd op 14-03-2021

Wolken

betekenis & definitie

in de lucht zwevende ophoopingen van gecondenseerden waterdamp; zij onderscheiden zich van nevel en mist slechts door de hoogte, waarop de condensatie van den waterdamp heeft plaats gehad, en bestaan als deze uit kleine, massieve waterbolletjes (in hooge, zeer koude luchtlagen echter dikwijls uit ijsnaalden). Evenals mist en nevel zijn de W. een overgangsvorm van waterdamp tot regen.

De waterdamp ontstaat door verdamping uit de wateren en uit vochtige gronden. Boven zandgronden vindt men zelfs in warme luchtstreken, bijv. boven de Sahara, zeer droge lucht, omdat daar het water onmiddellijk in den grond dringt; zeer vochtig daarentegen is de lucht boven weilanden, bosschen, en in het algemeen boven gronden, die met grasachtige en bladerrijke planten bedekt zijn, omdat deze het water uit den grond in zich opnemen en het in de vrije lucht uitdampen; welke uitdamping weder afhankelijk is van de temperatuur en ook van den wind: voert de wind aanhoudend droge lucht aan, dan zal dit de uitdamping versnellen, deze zal echter vertraagd worden als de winden lucht aanbrengen, die reeds een aanzienlijke hoeveelheid waterdamp bevat. Men heeft ook getracht de verdamping te meten. De eerste proeven dienaangaande werden gedaan in 1796 te Genève; sedert zijn vele andere gevolgd; hoezeer ook de uitkomsten aangaande de verdamping van verschillende zeeën en andere wateren uiteenliepen, steeds werd bevonden dat een dichtbegroeid weiland, uitgezonderd ’s winters, veel meer uitdampt dan een even groote watervlakte; somtijds zelfs viermaal zooveel als deze. De opstijgende waterdamp is onzichtbaar; hij bestaat uit water in gasvorm. Verdicht deze waterdamp zich in de dampkringslucht, zoodat er kleine massieve waterkogeltjes ontstaan, dan wordt de waterdamp zichtbaar; zijn deze bolletjes echter nog zoo licht, dat zij in de lucht blijven zweven, dan vormen zij, als ze zich onmiddellijk boven den grond bevinden, nevels, en als zij hoog in de lucht zijn, wolken. De W. komen- in talrijke groepeeringen voor, die niet alleen in vorm, maar ook in kleur zeer verschillend zijn.

De kleur, wordt bepaald door de dikte der wolkenlagen en door de richting der zonnestralen. Men onderscheidt onder de W. vier hoofdsoorten: 1) Cirri of vederwolken; dit zijn fijne witte wolkjes, die soms bij het helderste weder hoog in de lucht gezien worden. Dat zij zich werkelijk zeer hoog in de lucht bevinden, bleek bij waarnemingen op hooge bergen en in luchtballons; want ook dan nog vertoonden deze W. zich op verren afstand, en aangezien op zulke groote hoogten de temperatuur der lucht beneden het nulpunt is, ligt de onderstelling voor de hand, dat de cirri uit bevroren waterdeelen bestaan. Uit enkele bijzondere lichtverschijnselen heeft men gemeend te mogen opmaken, dat zij fijne ijsnaalden bevatten. 2) Cumuli of stapelwolken, gevormd door groote massa’s W. met afgeronde grenzen; de kleur varieert van wit tot donker grauw. 3) Strati, welke alleen nabij en evenwijdig aan den horizon gezien worden; daar vormen zij lange, smalle banken. 4) Nimbi of regenwolken, welke zich meestal niet ver boven den grond verheffen, en bijna zwart van kleur zijn. Ook kent men nog overgangsvormen tusschen de genoemde soorten; als cirro-cumuli, cirre-strati en cumlo-strati. Neemt de grootte der waterbolletjes meer en meer toe, dan zullen zij ten slotte vallen, zich tot druppels vereenigen en zoo den grond bereiken. Men zegt dan, dat het regent (zie Regen).