Gepubliceerd op 14-03-2021

Vloeistof

betekenis & definitie

Een aggregatietoestand waarbij wel de vorm der stof zeer veranderlijk is, en door uitwendige krachten (bijv. de zwaartekracht) zeer gemakkelijk gewijzigd wordt, maar waarbij toch het volume eene bepaalde standvastige waarde behoudt. Door samendrukking zal het volume wel iets kleiner worden, maar na ophouden van den druk krijgt dit zijn oorspronkelijke waarde terug.

De kracht waarmee de moleculen van de vloeistoffen elkaar aantrekken is voldoende om te beletten, dat ze zich geheel van elkaar verwijderen. Echter zijn ze niet aan een bepaalde plaats gebonden, maar kunnen zich over grootere afstanden in de vloeistof verplaatsen. De groote bewegelijkheid der moleculen maakt dat de druk die op een deel van het vloeistofoppervlak wordt uitgeoefend, naar alle richtingen wordt voortgeplant (wet van Pascal). Een gevolg daarvan is, dat door de zwaartekracht een voorwerp in een vloeistof een opwaartschen druk ondervindt, gelijk aan het gewicht der verplaatste vloeistof (wet van Archimedes). De bewegelijkheid van de moleculen wordt beperkt door de inwendige wrijving. Deze kan bij sommige taaie vloeistoffen zoo groot worden dat de stof geheel op een vaste stof gaat gelijken (bijv. pek).

Een scherpe grens tusschen vloeistoffen en vaste stoffen is niet aan te geven (zie Vaste stof). Evenmin bestaat er een scherpe grens tusschen den vloeistof- en den gastoestand. Het is mogelijk door verandering van druk en temperatuur een vloeistof geleidelijk in een gas te doen overgaan, zonder dat men kan nagaan op welk oogenblik deze overgang plaats vindt. Gewoonlijk geschiedt deze overgang echter plotseling (koken, verdampen).