ZAADKAS betekenis & definitie

ZAADKAS, v. (-sen), (oliesl.) kast om zaad in te bergen; ...KELK, m. (-en), kelkvormig zaadvliesje; ...KEVER, m. (-s), voelersnuitkever (bruchus); ...KIEM, v. (-en), (plantk.) kiem in het zaad; ...KLEED, o. (-en), kleed waarop men het koolzaad dorscht; ...KLIER, v. (-en), zaadafscheidende klier; ...KNOP, m. (-pen), droge vrucht die het zaad bevat; ...KOEK, m. (-en), lijnkoek; plaat waarop het zaad in sommige planten bevestigd is; ...KOOL, v. (-en), kool die men in het zaad laat schieten; ...KOOPER, m. (-s), handelaar in zaad; ...KOOPSTER, v. (-s); ...KORREL, v. (-s), een enkel korreltje zaad; ...KRAAI, v. (-en), (nat. hist.) roek- of rokraaf (corvus frugeligus); ...KRAAM, v. (...kramen); ...KRUID, o. (plantk.) watermuur; zwamkruid; ...KUIF, v. (...ven), (plantk.) krans van haren op het zaad staande; ...LEIDER, m. (-s), (ontl.) geleider van het manlijk zaad, van de bijballen tot de zaadblaasjes; ...LOB, v. (-ben), (plantk.) kiemblad; de zaadlobben zijn de eerste, reeds in het zaad volkomen ontwikkelde bladen; ...LOOP, m. (ontl.) het ziekelijk wegvloeien van het teelvocht; ...LOOZING, v. (-en), loozing van het dierlijk zaad: onwillekeurige zaadloozing, pollutie; ...NAVEL, m. (-s), (plantk.) plaatsje waar het zaad vastgehecht was; ...NERF, v. (-ven), rand aan sommige zaden.

Laatst bijgewerkt 06-12-2018