Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

WOLFSMELK

betekenis & definitie

WOLFSMELK, v. een plantengeslacht (euphorbia), tot de familie der wolfsmelkachtigen behoorende, waarvan bij ons de 12 volgende soorten in ’t wild gevonden worden; het kroontjeskruid, ook wel kleine spurge, duivelsmelk en zilverblad geheeten; het wrattenkruid; de kleine wolfsmelk; de moeraswolfsmelk, ook wel groote wolfsmelk, groote spurge en duivelsmelk geheeten; de stompe wolfsmelk; de spitsbladige wolfsmelk, ook wel heksenmelk geheeten; de cypresbladige wolfsmelk; de zeewolfsmelk; de breedbladige wolfsmelk; de stijve wolfsmelk; de kruisbladige wolfsmelk en de zoete wolfsmelk.