Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WENKBRAUW

betekenis & definitie

WENKBRAUW, v. (-en), haar aan den bovenrand der oogkassen : schoon gevormde wenkbrauwen ; de wenkbrauwen fronsen, ten teeken van misnoegdheid, bij diep nadenken enz.

WENKBRAUWTJE, o. (-s);
BOOG, m. (...bogen);
—SPIER, v. (-en), (ontl.) spier waarmee de wenkbrauwen bewogen worden.