Wat is de betekenis van wenkbrauw?

2020
2021-11-29
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

wenkbrauw

Het begrip wenkbrauw heeft 2 verschillende betekenissen: 1) met haar begroeide rand boven een oog. lichaamsdeel dat bestaat uit een licht gebogen rand boven elk van beide ogen dat meestal met kort haar is begroeid; met haar begroeide rand boven een oog. 2) decoratieve rand in een gevel. gemetselde of gepleisterde uitstekende rand aan...

Lees verder
2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

wenkbrauw

wenkbrauw - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) knokige rand boven het oog, meestal begroeid met haar De wenkbrauwen fronsen. Woordherkomst Van het Middelnederlandse wintbraeuwe, waarbij het eerste deel is beïnvloed door wenken. Etymologisch verwant met Oudsaksisch wintbrâwia, Oudho...

Lees verder
2018
2021-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wenkbrauw

wenkbrauw - zelfstandig naamwoord uitspraak: wenk-brauw 1. elk van de streepjes haar boven je ogen ♢ hij fronst zijn wenkbrauwen als hij boos is 1. op je wenkbrauwen lopen [heel moe zijn]...

Lees verder
1980
2021-11-29
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Wenkbrauw

Met wenken heeft het eerste lid van de samenstelling niets te maken. Dat bewijst al het Middelnederlandse wintbrauwe. Dit woord wint vindt men terug in het Grieks ionthos, dat uit wiwonthos is ontstaan en: uitslag in het gezicht, maar ook: baardhaar betekent. Het tweede deel, brauw, is al even moeilijk te doorzien. Met een heleboel geleerdheid is a...

Lees verder
1973
2021-11-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

wenkbrauw

v./m. (-en), haarboog boven het oog: de wenkbrauwen fronsen, teken van misnoegdheid, diep nadenken enz.; de wenkbrauwen optrekken, teken van verbazing; op zijn wenkbrauwen lopen, a. de uitputting nabij; b. verwaand zijn.

1954
2021-11-29
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Wenkbrauw

supercilium, behaarde huidstrook bij de bovenrand van de oogkas.

1952
2021-11-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Wenkbrauw

s., wynbrau, each(s)brau.

1950
2021-11-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Wenkbrauw

v. (-en), haarboog aan de bovenrand der oogkassen : donkere, geivelfdc, zware wenkbramven; de wenkbrauwen fronsen, teken van misnoegdheid, diep nadenken enz.; de wenkbrauwen optrekken, teken van verwondering.

1937
2021-11-29
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

wenkbrauw

v. wenkbrauwen (beschuttende haarboog boven het oog): zware wenkbrauwen; de wenkbrauwen fronsen.

1898
2021-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WENKBRAUW

WENKBRAUW, v. (-en), haar aan den bovenrand der oogkassen : schoon gevormde wenkbrauwen ; de wenkbrauwen fronsen, ten teeken van misnoegdheid, bij diep nadenken enz. WENKBRAUWTJE, o. (-s); —BOOG, m. (...bogen); —SPIER, v. (-en), (ontl.) spier waarmee de wenkbrauwen bewogen worden.

Lees verder