Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

VENT

betekenis & definitie

VENT - m. (-en), kerel, man: ik stoor mij aan dien vent niet; het is een lijs van een vent; een brave, goede, beste, ferme, slimme vent: (gemeenz.) manlief; echtgenoot. VENTJE, o. (-s), manneke.