Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Parallel

betekenis & definitie

Het begrip parallel heeft 2 verschillende betekenissen:

1. parallel - parallel - Parallel -bn. evenwijdig, gelijk : die twee wegen, lijnen loopen parallel; dit is een parallel geval; (muz. parallel toonsoorten, de toonsoorten, die eene gelijke voorteekening hebben, de verwante toonsoorten.

2. parallel - parallel - Parallel v. (-len), parallelcirkel; de lijn, die evenwijdig loopt met eene andere; het vlak, dat evenwijdig loopt met een ander;
— vergelijking : er is geene parallel te maken tusschen deze twee personen;
— (vestingb.) loopgraaf, welke bij het belegeren eener vesting nagenoeg evenwijdig aan het front van aanval gegraven wordt.