Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

Overzetten

betekenis & definitie

Overzetten - (zette o\er, heeft overgezet), overvaren, met een vaartuig naar den overkant brengen : iem. overzetten; met de pont ovtrzetten;

— naar eene andere zijde zetten, verplaatsen : (schaak sp.) het kasteel overzetten; hei bestek overzetten, uit de eene kaart in de andere over brengen;
— (fig.) vertalen, overbrengen : dit werk is uit het Engelsch overgezet;
— (bij het klavierspel) de vingers over den duim zetten; (boekdr.) smetten afgeven;
— (bouwk.) die muur zet wat over, zakt uit het lood, wijkt;
— (goudsm.) steenen overzetten, opnieuw in edel metaal vatten;
— (boekdr.) opnieuw hot zetsel samenstellen;
— (gew.) zich voortzetten (van ziekten). OVERZETTING, v. (-en), het overzetten (in alle bet.); eene nieuwe overzetting van den Bijbel, eene nieuwe vertaling.