Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Onthullen

betekenis & definitie

(onthulde, heeft onthuld), van het hulsel ontdoen (van standbeelden), de plechtige handeling waarbij het gedenkteken tot zijn bestemming komt: het gedenkteken van heidens ontzet werd onthuld op 3 Oktober 1884;

ontsluieren, aan het licht doen komen: de waarheid, een geheim onthullen;
— zichtbaar maken: het bleke licht van de nacht onthult haar maagdelijk wezen. ONTHULLING, v. (-en), het onthullen (van een standbeeld); openbaarmaking van geheimen in zaken van staat of maatschappij.