Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 19-09-2018

2018-09-19

Landschap

betekenis & definitie

o. (-pen), gewest, streek, oord; schilderstuk, dat een landschap voorstelt: onze schilders zijn op deze tentoonstelling slechts door een paar landschappen vertegenwoordigd. LANDSCHAPJE, o. (-s).