Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Homogaam

betekenis & definitie

HOMOGAAM, bn. (plantk.) gelijktijdig rijp zijn (van meeldraden en stampers in eene bloem). HOMOGAMIE, v. het gelijktijdig rijp zijn.