Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Homoeopaat

betekenis & definitie

HOMOEOPAAT, m. (...paten), aanhanger van de homoeopathische geneeswijze.

HOMOEOPATHIE, v. geneeswijze volgens het systeem van Hahnemann (♱ 1843), waarbij men tegen eene kwaal als geneesmiddel aanwendt, dat wat bij een gezonde juist de kwaal zou teweegbrengen, doch in uiterst geringe mate toegediend de natuurlijke heelkracht van het organisme helpt.
HOMOEOPATHISCH, bn. bw. overeenkomstig de homoeopathie, de h. betreffende: de homoeopathische geneeswijze; het homoeopathische stelsel.