Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Homogeen

betekenis & definitie

HOMOGEEN, bn. van denzelfden aard of geest; (wisk.) homogene grootheden, die door dezelfde eenheid gemeten kunnen worden;

— (nat.) homogeen licht, licht dat door het prisma niet verder gesplitst kan worden en geen spectrum met kleuren geeft;
— een homogeen ministerie, dat één is in denkwijze. HOMOGENITEIT, v. het homogeen zijn.