Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gelijktijdig

betekenis & definitie

GELIJKTIJDIG, bn. bw. uit denzelfden tijd gelijktijdige schrijvers, gebeurtenissen, in denzelfden tijd levende, geschiedende;

— (aardk.) gelijktijdige vormingen, in hetzelfde tijdperk ontstaan
— op hetzelfde tijdstip geschiedende: eene gelijktijdige oorlogsverklaring;
— bw. (van tijd) in hetzelfde tijdvak; te gelijkertijd. GELIJKTIJDIGHEID, v.