Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Havana

betekenis & definitie

HAVANA, HAVANNA, v. (-’s), (verkorting van havana-sigaar), sigaar uit Havana (op Cuba in WestIndië): eene havana opsteken; een kistje havana’s;

— bruine kleur zooals havanasigaren: zij droeg eene havana japon; -
—KLEUR, v.;
—KLEURIG, bn.;
—SIGAAR, v. (...sigaren);
—TABAK, v. (-ken);
—UITSCHOT, o.