Tabak betekenis & definitie

Tabak - v. (-ken), zekere plant (nicotiana) welker gedroogde bladeren tot rooken, snuiven en kauwen gebruikt worden: tabak rooken, pruimen; (oudt.) tabak drinken (rooken);

— (fig.) dat is andere tabak (dan kanaster), dat is iets geheel anders;
— (spr.) dat is mij geene pijp tabak waard, ik geef er niets om.