Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Halfstam

betekenis & definitie

HALFSTAM, m. (-men), boom of struik die geen hoogstam is;

— (bijv. gebruikt) halfstam kroonboomen, met stammen van 1 tot 1,40 M. hoog.