Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grootkop

betekenis & definitie

GROOTKOP, m. (-pen), iemand of iets met een grooten dikken kop, b. v. eene soort van Goudsche pijp: twee manden grootkoppen;

— de grootkopkikvorsch, een kikvorsch op Java en Sumatra met bijzonder grooten kop (rana hasseltii).