Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Granen

betekenis & definitie

GRANEN, (graande, is en heeft gegraand), (Zuidn.) (van graangewassen) vrucht zetten, korrels krijgen de tarwe begint te granen;

— (Zuidn.) (van vee en hoenders) met graan voederen.