Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gootpijp

betekenis & definitie

v. (-en), looden, ijzeren of zinken afvoerbuis van eene dakgoot;

...PLANK, v. (-en), plank waarmede eene straatgoot wordt toegedekt; zonnebord in eene looden dakgoot;
...RECHT, o. het recht om eene goot te hebben, liggende of uitkomende op eens anders grond;
...ROFFEL, m. (-s), (timm) roffelschaaf om houten goten uit te schaven;
...SCHAAF, v. (...schaven), gootroffel.