Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Goedenmorgenzeggen

betekenis & definitie

(zeide goedenmorgen, heeft goedenmorgengezegd of -gezeid), iemand een goeden morgen toewenschen: heb je moeder al goedenmorgengezegd?