Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Glos

betekenis & definitie

GLOS, ook GLOSSE, v. (glossen), (als term in de wetenschap) een woord dat door den lezer of gebruiker van een handschrift tusschen de regels of op den kant werd geschreven, ter verduidelijking, of als vertaling, van een woord in den tekst: een Grieksch handschrift met Latijnsche glossen;

— (in gedrukte werken) verklarende aanteekening op den kant der bladzijde:
— (in ruimeren zin) verklarende uitlegging, commentaar de tekst is klaar, men behoeft hier geen glossen;
— hij geeft hem den tekst met de glos, gewoonlijk hij geeft hem tekst en uitleg, vertelt alles tot in bijzonderheden;
— glossen op iets maken, aanmerkingen, spottende opmerkingen over iets maken.