Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Getuigen

betekenis & definitie

GETUIGEN, (getuigde, heeft getuigd), als getuige eene verklaring afleggen, verklaren, bevestigen: velen getuigden valschelijk tegen hem; de schare getuigde dat hij Lazarus uit het graf geroepen werd; alles getuigt tegen haar, spreekt te haren nadeele;

— daarvan kan ik getuigen, ik weet er van mee te spreken;
— de geest getuigt, de Heilige Geest spreekt, bezielt, men is geïnspireerd; (vaak scherts.) hoe is het, wil de geest niet getuigen ? je zoudt een liedje zingen;
— toonen, blijk geven. dat een nieuwe druk noodig is, getuigt hoezeer het boek gewaardeerd wordt; die daad getuigt van moed.