Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bevestigen

betekenis & definitie

BEVESTIGEN, (bevestigde, heeft bevestigd), vastmaken de deelen der machine zijn met schroeven aan elkaar bevestigd;

— (vest.) (eene plaats) versterken. in staat van verdediging brengen;
— (eene bewering) staande houden, voor waar erkennen; zijne verklaring met een eed bevestigen;
— vaster maken een troon bevestigen, de positie van den vorst versterken; de uitzondering bevestigt den regel;
— de nieuwe orde van zaken bevestigen, daarin geene verandering brengen;
— de uitkomst zal het bevestigen, als juist doen kennen;
— mijne meening wordt hierdoor bevestigd, door nieuwe bewijsgronden versterkt, als juist aangetoond;
— (eene verklaring of overeenkomst) volledige kracht geven in dat schrijven bevestigde Prins Willem de voorrechten van Leidende nieuwe vorst moest de verschillende privelegiën bevestigen, verklaren dat hij ze onveranderd zou handhaven;
— (kerk.) lidmaten bevestigen, hen, nadat ze de belijdenis hebben afgelegd, bij eene openbare godsdienstoefening als lidmaten der kerk inzegenen;
— een predikant bevestigen, een nieuwberoepen predikant inzegenen.