Eiersaus betekenis & definitie

EIERSAUS, v. (-en); ...SCHAAL, v. (...schalen), schaal, kalkachtig omhulsel van een ei; schaal voor eieren; (w. g ) zeer dun porselein; ...SCHAALTJE, o. (-s), eierdopje; ...SLAK, v. (-ken), (nat. hist.) eene slak in de Middellandsche Zee; ...SOEP, v.; ...SPIEGEL, m. (-s), toestelletje om vlug te kunnen zien, of de eieren versch zijn; ...STAAF, v. (...staven), eierlijst; ...STOK, m. (-ken), (ontl.) plaats waar het ei in het vrouwlijke dier gevormd wordt; — vruchtbeginsel, onderste deel van den stamper in eene bloem: ...STRUIF, v. (...struiven), eenige geklutste eieren: gebak daarvan; ...TAART, v. (-en); ...TIKKEN, o. het tikken met gekookte eieren, een kinderspel met Paschen; wiens ei heel blijft, die heeft het gewonnen; ...VLA, v. (...vlaas), eierkoek; ...VOER, o. vogelvoer dat met kleine stukjes van gekookte eieren vermengd Is; ...VROUW, v. (-en), eierverkoopster; ...WINKEL, m. (-s). EIGEEL, o. het geel van een ei,

Laatst bijgewerkt 02-09-2018