Dak betekenis & definitie

1. door het - gaan,gezegd van prijzen die erg stijgen. Informele uitdr.

De huurprijzen gaan door het dak door de invasie van Euro-lobbyisten uit alle windstreken. (Elsevier, 23/02/91)

2. er is te veel - op het huis,Bargoense uitdr. voor ‘er zijn teveel personen in de nabijheid die het niet mogen horen of zien; er is teveel bewaking’. Het WNT citeert E. Bekker: Historie van den Heer Willem Leevend,8 delen (1784 -1785): ‘Er zit iemand op het dak.’ Gelijkaardige uitdr. zijn latten op het dak; er zitten duiven op het dak.

... maar ik zeg nog tege De Bree, d’ris te veel dak op 'thuis... (Jacob Israël de Haan: Pijpelijntjes, 1904, herdruk 1991)

Als hij nu eerst maar zo’n granumpie in zijn vingers had. Maar er is te veel dak op het huis. (Anne de Vries: Bartje, 13e druk, 1977)

3. ga maar op het-zitten (meteen bos uien),daar denk ik niet aan; om de dooie dood niet. Ook als afwerend antwoord. Verder hij kan het dak op‘ik denk er niet aan’.

Tante Cor was een heel direct mens en erg ad rem. Als ik me verveelde en vroeg: wat moet ik nou weer es gaan doen, antwoordde ze: ‘Ga op het dak zitten met een bos uien in je gat.’ (Albert Mol: Mèngele Broek en Pintje Billen, 1976)

‘Schrijven, dat zou een goed idee zijn. Van je af schrijven, noteren, bevrijden, losmaken.’ ‘Ja, ja, ga op het dak zitten met een bos uien!’ (Boudewijn Büch: De rekening, 1989)

Karin heeft dat kutverleden, maar daardoor kan ze ook wel weer goed relativeren. Als iemand zegt: ‘O, ik heb ’t zo moeilijk want m’n tanden moeten eruit’, dan kan Karin zeggen: ‘Ga jij effe op ’t dak zitten.’ Snap je? (Nieuwe Revu, 20/07/94)

4. ga op het - zitten vliegen vangen,schertsend gezegd tegen iemand die voortdurend anderen verveelt. Zie ook ergens niet zijn om vliegen te vangen.
5. het - eraf spelen,door popmuzikanten en jongeren gebezigde uitdr. voor ‘erg geïnspireerd musiceren’. Ook het dak gaat er af‘men amuseert zich kostelijk; er is een toffe atmosfeer (bijv. door de goede muziek)’. Jaren negentig.

Het dak eraf spelen. Iedereen kent die uitdrukking. Maar de bezoekers bij het wereldoptreden van Black Sabbath stonden erbij en keken ernaar, toen bij het slotakkoord van het laatste nummer maar liefst zeven dakpanelen weggeblazen werden en als herfstblaadjes naar beneden dwarrelden. (Oor, 17/11/90)

Niet voor niets vormen ‘trance’ en extase de essentie van de dansnachten. Op de beste avonden ‘gaat het dak er af, maar soms is een dj niet zo op dreef

-. bijna altijd door chronische oververmoeidheid
-. soms ook wil het publiek niet. (De Volkskrant, 28/08/92)

Op zondagavond in de RoXY dansen we op José met ‘I will follow him’ en Maywood’s ‘Rio’, bij ‘Clap your hands & stamp your feet’ van Bonny St. Claire & Unit Gloria gaat het dak er af... (Nieuwe Revu, 03/03/93)

Het publiek was juist laaiend enthousiast, we speelden het dak eraf. (HP/De Tijd, 18/11/94)

6. tegen het - klappen,luchtvaartslang voor ‘vallen’. Gesignaleerd in De Vliegende Hollandervan 25/5/70.
7. uitzijn -gaan,zijn zelfbeheersing verliezen; in grote mate opgewonden raken van iets (bijv. muziek); een intense ervaring beleven. Deze uitdr., die dezelfde bet. heeft als uit de/zijn bolgaan,werd oorspr. gesignaleerd in jeugdige kringen, maar daar is ze tegenwoordig al passé en vervangen door een meer verkorte vorm: dakken. Dakin de bet. ‘hoofd, kop’ is niet nieuw. Vgl. bijv. de zegswijze opzijn dak krijgen‘verwijten en beschuldigingen naar het hoofd geslingerd krijgen’. In marineslang komt dakin de zin van ‘hoofd’ frequent voor, vooral in de zinswending pijn in zijn dak hebben.Het beeld dat in de uitdr. hierboven echter wordt opgeroepen, is dat van de begrenzing (als een dak), die wegvalt wanneer men zijn zelfbeheersing verliest. Ter versterking zegt men ook wel uitzijn dakpan gaan.De uitdr. ontstond in het begin van de jaren tachtig.

Zij moeten uit hun dak kunnen gaan, zij moeten kunnen pogoën op de vulkaan. (Oor, 16/12/81)

Toen in januari de eerste Ramones-plaat uitkwam ging ik helemaal uit mijn dak. (Vinyl, febru-ari 1986)

Door dat soort dingen ga ik uit mijn dak van woede. (Theo van Gogh, in: Het Parool, 08/04/87)

Tot diep in '42 gaat de Berlijnse swingjeugd uit z’n dak op de ‘hot’ klanken van swingbands uit de Lage Landen. (J.A. Deelder: De T van Vondel, 1990)

‘Wauw!,’ zei Dapper, kuchend als zijn autootje die morgen. ‘Ik ga uit mijn dak.’ (Barend Toet: Het Kathmandukomplot, 1991)

Die zaal was een orkaan van geluid. Fantastisch, ik ging helemaal uit mijn dak. (De Volkskrant, 07/03/92)