Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 19-01-2019

Zoutzuur

betekenis & definitie

Zoutzuur - zie CHLOORWATERSTOFZUUR. Voor de technische bereiding van zoutzuur gaat men tegenwoordig bijna alleen uit van keukenzout, NaCl, dat met zwavelzuur wordt behandeld. Als bijproduct ontstaat daarbij het natriumsulfaat. Vroeger was dit gewoonlijk slechts de eerste stap op den weg van het Leblanc-proces voor de bereiding van soda, natriumcarbonaat.

Z. was toen dus vóór alles een bijproduct van de sodafabricage. Deze tijden zijn door de invoering van het Solvay-sodaproces voorbij. Tegenwoordig wordt dus het z. om zich zelfs wil gemaakt. De behandeling van het keukenzout met zwavelzuur in de sulfaatovens is reeds behandeld onder Natriumsulfaat. De gassen, welke hierbij ontstaan, worden nu in de z.-fabrieken opgevangen en in water tot zoutzuur gecondenseerd. Men leidt ze daartoe in een groot aantal z.g. „tourilles”; dat zijn steenen kruiken van zuurvast aardewerk met tubes voorzien. De gassen strijken hierin, in tegenstroom over, niet door, het absorptiewater. Gewoonlijk worden de gassen van de moffel en de pannen afzonderlijk gecondenseerd in verband met hun verschillend gehalte.

Achter dit condensatiesysteem bevindt zich dan nog een toren, gevuld met platen, waarover water druipt, en waardoor de gassen van onderen af opstijgen. De laatste resten zoutzuurgas worden daardoor tegengehouden en de verontreiniging van de atmospheer dus verminderd. Het gewone, op deze wijze verkregen, ruwe sterke z., bevat ongeveer 35—40 % HCl (d. i. 22—24 Baumé). Het heeft een lichtgele kleur, welke wordt veroorzaakt door ijzer verbindingen en door organische verontreinigingen. Door herhaalde destillatie, desnoods na menging met sterk zwavelzuur, kan het hiervan worden bevrijd en ontstaat;het chemisch zuivere zuur. Beide worden verzonden in glazen demijohns van 50—75 K.G. inhoud, welke met bandijzer of (en) stroo omvlochten zijn. Z. vindt op zeer uitgebreide schaal toepassing door de geheele industrie. Wij noemen i. h. b. de bereiding van chloorkalk, van lijm en gelatine, van organische kleurstoffen, de metaalindustrie, de suikerraffinaderij, de bereiding van koolzuur en tal van andere minder belangrijke chemische producten.