Fens (the) betekenis & definitie

Fens (the) - naam, waarmee de strook laagland langs de Wash Bay in O.-Engeland meestal nog wordt aangeduid, hoewel „fens” (= moerassen) hier reeds lang niet meer worden aangetroffen. Het is een alluviale laagvlakte, grootendeels gelegen in het graafschap Lincoln, maar die zich ook uitstrekt over gedeelten van de graafschappen Norfolk, Cambridge en Huntingdon. Het breedst is de vlakte in het Z., het smalst in het O. Aanvankelijk droegen de F. het karakter der Friesche wadden. Omstreeks 1625 is men onder leiding van Friesche waterbouwkundigen begonnen met de bedijking der rivieren, het inpolderen en volkomen droogleggen der F. en het graven van afwateringskanalen.

Thans is van moerassen, meren en overstroomingen geen sprake meer. De dijken en kanalen, de windmolens en huizen met roode daken en de uitgestrekte wei- en bouwlanden verleenen den F. een eigenaardig karakter, dat meer aan Nederland dan aan Engeland doet denken. De omgeving van Spalding en Boston wordt dan ook meestal aangeduid met den naam Holland.