Norfolk betekenis & definitie

Norfolk, - 1) graafsch. aan zee in O.-Engeland, begrensd in N. en O. door de Noordzee (Wash), in Z. door grf. Suffolk; 5480 K.M.2; 500.000 inw. Zeer vlak ; besproeid door de Yare en de Ouse. Zand en leem zijn de grondsoorten.

Veeteelt (runderen, paarden) en visscherij (Yarmouth met haringvisscherij). Overal teelt van eenden en hoenders. Hoofdstad: Norwich.

2) havenplaats in Virginia (Ver. St.). De stad is aan weerszijden van de Elizabeth River gebouwd, waar deze uitmondt in de Hampton Roads, onderdeel van de Chesapeakebaai. De stad, die in 1900 nog slechts 46.600 inw. telde, gaat dan ook sterk vooruit en telt thans 90.000 inw. De uitvoer van katoen en tabak is sterk verminderd, van veeteeltproducten, aardnoten en groenten toegenomen. Ned. consulaat. — N. is een belangrijk strategisch punt geweest tijdens den onafhankelijkheids- en den burgeroorlog.