Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

2019-01-17

Advocaat

betekenis & definitie

Advocaat - Rechtsgeleerde raadsman, verdediger, zoowel in civiele als in strafprocedures. Zijn taak in een civiele procedure is de leiding van het geding in tegenstelling met den procureur, die de meer formeele zijde van het geding heeft te behartigen. Naar buiten treedt de a. in een geding voornamelijk op den voorgrond bij het pleidooi, dat in den regel door hem wordt gehouden. Daar het beroep van a. en dat van procureur meestal in één persoon vereenigd is (Rechtsbijstand), is de grens tusschen de beide beroepen weinig opvallend.

Ieder, die den graad van doctor in de rechten of in de rechtswetenschap bezit, is bevoegd te worden ingeschreven als a. De a. staan onder toezicht van een uit hun midden gekozen „Raad van Toezicht en Discipline” of bij gebreke daarvan van gerechtshof of rechtbank. Op hen kunnen de volgende straffen worden toegepast: enkele waarschuwing, berisping, schorsing en na 2 malen schorsing: schrapping van de lijst. Hoofd van den Raad van Toezicht is de Deken. Uit de a. wordt verder benoemd een Bureau van Consultatie ter verschaffing van gerechtelijken raad en bijstand aan behoeftigen, aan wie het zoo noodig een a. toevoegt. Wettelijke regeling van het beroep van a. wordt in hoofdzaak gevonden in artt. 1-21 van Regl. III ter uitvoering van art. 19 der wet op de Rechterlijke Organisatie, het ambtscostuum in art. 4 van Regl. II, de aansprakelijkheid in art. 58 Rv. — Reeds bij de Romeinen ten tijde der republiek was advocatus de benaming voor degenen, die in een rechtsgeding een der partijen als raadsman ter zijde stonden; bij de rechtszitting waren zij wel tegenwoordig, doch voerden niet het woord; de verdediging was de taak van den patronus; dit onderscheid verviel onder de keizers.