Abbe betekenis & definitie

Abbe - 1) Cleveland, Amerik. astronoom en meteoroloog, geb. 1838, sedert 1870 werkzaam in het meteorolog. bureau der Ver. Staten; redigeert „Bulletin of the Mount Weather Observatory” en „U. S. Monthly Weather Review”, schreef: Treatise on meteorological Apparatus Methods (Wash 1888); Altitude of the Aurra, Relations of Climates and Crops, Objects of a State Weather Service, Mechanics of the Atmosphere 1891; bewerkte het onderdeel meteorologie in de Encyclopaedia Brittannica en publiceerde verder vele artikelen in astronomische en andere tijdschiften.

2) Ernst, geb. 1840 te Eisenach, overl. 1905 te Jena, Duitsch sterrekundige en natuurkundige, hoogleeraar in de sterrekunde aan de Universiteit te Jena, en directeur van de sterrewacht aldaar, sinds 1875 deelgenoot in de firma Zeiss, na reeds gedurende enkele jaren zijne medewerking daaraan te hebben verleend, medeoprichter van de glasfabriek Schott en Gen. te Jena, grondlegger van de „Carl-Zeissstichting” voor wetenschappelijke en maatschappelijke doeleinden. Hij schreef vele verhandelingen over de leer van het licht en over optische instrumenten. Door zijne theorie over de totstandkoming van het optische beeld legde hij den grond voor een geheel nieuwe, verbeterde constructie van optische instrumenten.