Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

waaien

betekenis & definitie

waaien - regelmatig werkwoord
uitspraak: waai-en

1. blazen, lucht verplaatsen
♢ het waait: de bladeren vallen van de bomen
1. laat maar waaien
[laat maar zitten, praat er niet meer over]

Regelmatig werkwoord: waai-en
het waait
het waaide
het heeft gewaaid
waaiend, waaiende