Wat is de betekenis van waaien?

2024-04-19
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

waaien

waaien - Werkwoord 1. (onpr) (meteorologie) het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer Er woei een sterke zuidwestelijke wind. Woordherkomst Afkomstig van het Middelnederlandse woord waien: een klasse 7 ww o.v.t. wieu, in Go...

2024-04-19
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

waaien

waaien - regelmatig werkwoord uitspraak: waai-en 1. blazen, lucht verplaatsen ♢ het waait: de bladeren vallen van de bomen 1. laat maar waaien [laat maar zitten, praat er niet meer over]...

2024-04-19
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

waaien

- zoals het waait en draait, zoals het reilt en zeilt.

2024-04-19
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

waaien

De verwensing waai in een knoop! betekent ‘stik (met je zootje), barst, val dood’. De verwensing wordt gebruikt in geval van verontwaardiging, boosheid, woede. Sanders en Tempelaars (1998) noemen ook waai dood! zie wip.

2024-04-19
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

waaien

1. In de verb. waaien en draaien, reilen en zeilen; zoals het waait en draait, zoals het reilt en zeilt; in de laatste aanh. bep.: (om iem.) draaien De kas is wat lichter geworden, maar het geleeg, met wat er waait en draait, vormt één geheel, WACHTERS 1946, 123. Een mierennest met vechters en werkers, en met wat ze nie...

2024-04-19
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

waaien

(waaide, heeft gewaaid), (ook:) 1. wannen. De korrels [maïs] laten uitlekken en fijn stampen in een mata (stamper) en malen. De gestampte massa waaien (wannen), dan met water vermengen en zeven (S&S 207). 2. maaien van gras of onkruid met een houwer. Het waaijen (afkappen) van dit hooge wied, bij een' meer droogen bodem, doet reeds...

2024-04-19
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Waaien

v., waeije; stevig —, strûze, pûste; het waait met hevige rukken, de wyn skuort, it hellet en skuort; doorbederven, forwaeije; het waait hard, it waeit dat it rikket, it waeit in stoarm, der stiet in stik wyn; naar de kust -de wind, oanwaeijende wyn; van de kust af -de w...

2024-04-19
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Waaien

(waaide of woei, heeft gewaaid), 1. onpers.: het waait, er is wind ; het waait hard, er is een sterke wind ; ‘t het waait uit het Noordoosten ; — daarnaast pers. met de wind die waait als onderw.: er woei een gure Oostenwind; er waait een storm; — (fig.) het zal er waaien, het zal er onstuimig t...