Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 30-11-2017

vier

betekenis & definitie

vier - telwoord

1. telwoord datdrie komt
♢ een vierkant heeft vier hoeken
1. zo zeker als twee keer twee vier is
[heel zeker]
2. iets in vieren delen
[in vier stukken]
3. met z'n vieren
[met vier personen]

Telwoord: vier
vieren