Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

Gepubliceerd op 14-11-2017

lopen

betekenis & definitie

lopen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: lo-pen

1. je te voet voortbewegen door stappen te nemen
er lopen twee mannen voorbij
1. hij zet het op een lopen
[gaat heel hard lopen]
2. een eindje lopen
[wandelen]
3. hij loopt als een kievit
[loopt heel vlug en goed]
4. over je laten lopen
[altijd doen wat anderen willen]
5. iemand tegen het lijf lopen
[ontmoeten]
6. als je blijft lopen, schimmelt je gat niet (TB)
[in beweging blijven is goed]
2. in werking zijn, draaien
♢ de motor loopt goed
1. de klok loopt weer
[gaat weer vooruit]
3. zich ontwikkelen
♢ ik moet nog zien hoe het loopt
1. het loopt tegen acht uur
[het is bijna acht uur]
2. het loopt ten einde
[is bijna afgelopen]
3. je loopt gevaar
[je bent in gevaar]
4. het loopt uit de hand
[het gaat verkeerd]
5. toen liep het fout
[toen ging het fout]
6. die zin loopt goed
[er zitten geen fouten in]
4. zich uitstrekken in een bepaalde richting
♢ de rivier loopt naar zee

Algemene uitdrukkingen:
1. college lopen
[college volgen]
2. het loopt niet lekker tussen ons
[we kunnen niet goed met elkaar omgaan]
Onregelmatig werkwoord: lo-pen
ik loop
jij/u loopt
hij/zij loopt
wij/zij/jullie lopen
ik/jij/u/hij/zij liep
wij/zij/jullie liepen
hij is gelopen
de/het/een gelopen ....
lopend, lopende

Synoniemen
schrijden

< >