Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 30-11-2017

twee

betekenis & definitie

twee - telwoord, zelfstandig naamwoord

1. telwoord dat na 'een' komt
er waren twee personen: Jan en Jantien

1. symbool waarmee het getal 2 wordt voorgesteld
♢ als rugnummer had Duncan een twee op zijn rug

Telwoord: twee
tweeën

Zelfstandig naamwoord: twee
de twee
de tweeën
het tweetje