Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

gans

betekenis & definitie

gans - zelfstandig naamwoord

1. grote zwemvogel, familie van de eend
♢ in de winter gaan de ganzen naar het zuiden
1. dom gansje
[dom meisje]

Zelfstandig naamwoord: gans
de gans
de ganzen
het gansje