Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

aardig

betekenis & definitie

aardig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: aar-dig

1. plezierig om te zien
wat een aardig huis is dat
2. nogal groot
♢ het is een aardig eind fietsen
1. dat loopt aardig in de papieren
[dat wordt kostbaar]
2. een aardig mondje (woordje) Engels spreken
[die taal redelijk beheersen]
3. met zorg en aandacht voor anderen
♢ Tina is altijd erg aardig voor ons
4. prettig om mee om te gaan
♢ die collega van jou vind ik wel een aardige vent

Bijvoeglijk naamwoord: aar-dig
... is aardiger dan ...
het aardigst
de/het aardige ...
iets aardigs

Synoniemen
attent, behoorlijk, fiks, fors, galant, geschikt, hoffelijk, lief, mild, vriendelijk

Tegenstellingen
luttel, ongeschikt, onvriendelijk