Literatuur

Geschreven door J.A. Dautzenberg

Gepubliceerd op 06-02-2017

2017-02-06

motief

betekenis & definitie

Een betekenisdragend klein verhaalelement. In een genre als het sprookje vind je over de hele wereld elementen als: een kleding­stuk dat slechts één persoon past, de helft van een voorwerp waarbij de andere helft moet worden gezocht, het mogen doen van drie wensen.

In sagen komt het heel vaak voor dat de held slechts op één plaats van zijn lichaam kwetsbaar is. In vrijwel alle middeleeuwse ridderromans komen gegevens voor als feodale trouw en theocen­trisme. Deze motieven noemen we extern, omdat ze ook buiten het verhaal in kwestie voorkomen. Andere voorbeelden van externe motieven: dubbelganger, contract met de duivel, vampirisme, een duel, de vondeling, enz. Externe motieven in het lied van "Heer Halewijn" zijn bijvoorbeeld het meelokken van iemand d.m.v. muziek of gezang (vgl. de Cyclopen bij Odysseus en de rattenvanger van Hamelen) en een afgehouwen hoofd op tafel
zetten wat ook in de bijbel voorkomt (Johannes de Doper).

Daarnaast zijn er interne motieven, die slechts in één verhaal optreden. In de roman De aanslag (1982) van Harry Mulisch komt het interne motief voor van de dob­belsteen, die een symbool is van het noodlot dat de hoofdpersoon op jeugdige leeftijd treft en van het toe­val dat later in zijn leven enkele keren optreedt, waardoor hij geleidelijk ontdekt wat er precies in zijn jeugd is voorgevallen. Interne motieven in Twee vrouwen (1975), een andere roman van Mulisch, zijn bijvoorbeeld de tegenstellingen noord-zuid en het naar beneden resp. naar boven lopen (zowel letterlijk als figuurlijk: een trap omhoog en omlaag of naar het zuiden reizen).

Een apart soort motief is het leidmotief: een motief dat voortdurend in een bepaald werk terugkeert en de lezer als het ware door het verhaal ‘leidt’ door personages of gebeurtenissen herkenbaar te maken. De term wordt ook in de muziek gebruikt voor een bepaalde melodie die telkens terugkeert. Vooral Richard Wagner maakt er in zijn opera’s voortdurend gebruik van. In de beroemde film The third man (1949) van Carol Reed hoor je telkens een bepaald melodietje als de schurk van het verhaal (gespeeld door Orson Welles) in de buurt is.