Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 14-10-2019

Salomon

betekenis & definitie

1° Vader van Booz in de geslachtslijst van Christus (Lc.3.32).

2° Zoon van David en Bethsabee, opvolger van zijn vader als koning van Israël. Als bekwaam vorst bracht hij Israël tot grooten bloei. Hij werd door God gezegend met buitengewone wijsheid, die spreekwoordelijk werd, en met grooten rijkdom. Het rijk, door David gesticht, bevestigde hij door een verstandige politiek. Hij bouwde vestingen en versterkte steden, zoodat zijn bestuur een tijd van vrede en voorspoed werd. Vanaf zijn regeering werd Israël bij den wereldhandel betrokken. Door het bouwen van den tempel in Jerusalem (zie onder) versterkte hij de religieuze eenheid en het godsdienstig leven. Op het einde van zijn leven werd hij door zijn buitenlandsche, heidensche vrouwen tot afgodendienst gebracht. In dien tijd begon ook reeds een tijd van verval voor Israël.

Boeken van Salomon Naar 3 Reg.4.32 heeft S. talrijke spreuken en liederen samengesteld. Het Boek der →Spreuken heeft vele spreuken van S. bewaard. Mogelijk is S. ook degene, die deze in het boek verzamelde. Meerderen houden S. voor den schrijver van het →Hooglied. Ook het Boek Ecclesiastes en het Boek der Wijsheid werden hem vroeger toegeschreven. De Oden en Psalmen van S. zijn apocryphen uit later tijd (zie hieronder).

C. Smits.

Psalmen van Salomon, 18 gezangen, die veel overeenkomst vertoonen met de canonieke psalmen, waarin Gods goedheid voor het uitverkoren volk, de straf voor den ontrouw en de hoop op den komenden Messias worden bezongen. Ze werden in het Arameesch of Hebreeuwsch door een Jood uit Jerusalem opgesteld en wel na de verovering der stad door Pompeius (63 v. Chr.). Daar deze apocryphe psalmen meermalen voorkomen in de handschriften der Septuagint, treft men ze ook aan in meerdere uitgaven van deze vertaling (Swete, Rahlfs e.a.).

Lit.: J. R. Harris en Mingana, The Odes and Psalms ol Salomon (1916-’20); J. Vitteau, Les Psaumes de Salomon (1911); E. Kautzsch, Die Apokryphen u. Pseudepigraphen d.

A. T. (II).

Oden van Salomon, 42 gezangen, die door Harris in een Syrisch handschrift werden gevonden. Waarsch. zijn ze in de 2e e. in Grieksch-Gnostieke kringen ontstaan.

Lit.: J. R. Harris en Mingana, The Odes and Psalms of Salomon (1916-’20); J. Labourt, P. Batiffol, Les Odes de Salomon (1911); E. Hennecke, Neutest.

Apokr. (21924); W. Frankenberg, Das Verständnis der Oden Salomos (1911).

Testament van Salomon, een apocryph geschrift, waarin Salomon verhaalt, hoe hij van Michaël een ring ontvangt, waardoor hij groote macht kan uitoefenen op de duivels, die hij dan ook dwingt hem bij den tempelbouw te helpen. Als hij zich echter aan afgoderij en ontucht schuldig maakt, verliest hij die macht, waarom hij de toehoorders vermaant, zijn voorbeeld niet te volgen. Het geschrift is waarschijnlijk in het begin der 3e e. opgesteld door een Christen, die gebruik maakte van een Joodsch document uit de 1e e.

Lit.: Chester Charlton Mc Cown, The Testament of Salomon edited from manuscripts (Leipzig 1922); Migne, Patrol. Gr. (122). Greitemann Voor den Tempel van Salomon, zie →Tempel.

Salomon en Marcolf Een in de M.E. zeer verspreid strijdgedicht tusschen Salomon, die de hoogere wijsheid vertegenwoordigt, en den leelijken Marcolf (oorspr. een der geesten of daemonen, met wie Salomon placht om te gaan) met trekken van Aesopus, die de platte, nuchtere, vaak obscene volkswijsheid spreken laat, verbonden met grappen en boerden van Marcolf. Reeds ten tijde van paus Gelasius (492-496) schijnt zulk een dialoog bekend te zijn geweest; een Latijnsch gedicht, S. et Marcolfus, werd in het Middelhoogduitsch bewerkt (14e e.) en uit aanhalingen van Boendale’s Jans Teesteye (vs. 2836-2927) zou kunnen blijken, dat het gedicht ook in het Mnl. heeft bestaan. Veel bijval had het onderwerp, waarin de nuchtere volkswijsheid het won; in de 15e eeuw verscheen het als volksboek (Neurenberg 1487, Antwerpen 1501); Hans Sachs ontleende er de stof voor Fastnachtspiele aan. In Frankrijk zijn uit de 12e en 13e e. twee gansch verscheidene dialogen bekend. Marcolf heet in het Italiaansch Bertoldo, een sedert de 16e e. daar bekend grotesk-comisch personage. Geheel deze literatuur schijnt ontaarding te zijn van een oudere, ernstig-didactische, voorstelling, als nog bewaard in het Angelsaksisch S. and Saturnus.

In het Duitsch werd Marcolf meermaals verward met Morolf uit het epos Salman u. →Morolf; en er ook mee in verband gebracht. V. Mierlo.

Uitg.: Van het Duitsche, door W. Hartmann (1934); een herdruk van het Antwerpsche volksboek (1861, in: Vlaemsche Bibliofilen).

Lit.: W. Schaumberg, in: Paul u. Braune’s Beiträge (II 1876, 1-63); H. Walther, Das Streitgedicht in der lat. lit,. des M.A.(1914).

Alrehande proverbien van den wisen Salomon. Dat S.’s wijsheid niet altijd bespot werd, als in S. en Marcolf, dat ook de oorspr. ernstige voorstelling bewaard bleef, mag blijken uit het Mnl. gedicht van 21 strophen in kruisrijm, elk op twee rijmen. Op S.’s naam gingen in de M.E. meer, nu meest verloren, spreukgedichten, ook in het Fransch en het Duitsch.

Uitg.: C.P. Serrure, Vaderlandsch Museum (1858). Voor het Fransch zijn de spreuken vau S. door Samson van Nanteuil (ca. 1140), uitg. in Crapelet (1839) en Le Roux de Lincy (2 dln. 1859). V. Mierlo.