Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 15-08-2019

2019-08-15

Kaart

betekenis & definitie

1° ➝ Kaartspel.

2° (Geogr.) Een afbeelding van een deel der aardkorst in een plat vlak. Aangezien de bolvorm der aarde zich tegen een in elk opzicht getrouwe afbeelding verzet, is het de taak der ➝ kaartprojectie-leer na te gaan op welke wijze deze afbeelding, met betrekking tot het beoogde doel, het beste tot stand kan komen.

Een k. is natuurlijk altijd een verkleinde afbeelding; de verhouding, die de verkleining aangeeft, is de schaal. Gewoonlijk wordt deze uitgedrukt in een breuk; in de Angelsaksische landen geeft men wel aan, met welken afstand in werkelijkheid een eenheidsmaat op de kaart overeenkomt: 1 inch op de mijl, enz. Naar de schaal onderscheidt men: plannen (schaal grooter dan 1:10000), topographische k. (1:000 tot 1:200000) en geographische of overzichtskaarten op kleinere schaal.

Naar de bestemming kan men onderscheiden: geographische kaarten, die binnen de grenzen van de schaal de oppervlakte der aarde zoo getrouw mogelijk afbeelden; staatkundige k., die de staatk. indeeling in beeld brengen; natuurkundige k., waarbij de nadruk wordt gelegd op de verdeeling van hoog en laag of de bodemgesteldheid; economische en verkeerskaarten enz. Er bestaat natuurlijk een onafzienbare variatie: weerkaarten, plantenkaarten, bevolkingskaarten, enz. Zee- en wandel- of fietskaarten zijn meestal gewone geographische k., waarop slechts die bijzonderheden zijn vermeld, die voor den zeeman, wandelaar en fietser van belang zijn.

Hoewel de oudste k. teruggaan tot de Egyptenaren, valt van eigenlijke cartographie eerst te spreken bij de Grieken: Anaximander (580 v. Chr.). Ptolemaeus (150 n. Chr.) schijnt het eerst werkelijke projecties gebruikt te hebben. De Romeinen hebben tot de ontwikkeling niet veel bijgedragen; hun k. waren meerendeels zuiver wegkaarten (Tabula Peuteringiana, die ook den Rijn in Ned. omvat). De verdere ontwikkeling begint met zeekaarten, zonder gradennet, maar met kompasrozen, zgn. Porto lanen. In de 16e eeuw volgt dan een groote bloeiperiode: Mercator, Blaeu e.a. legden den grondslag voor de moderne cartographie. Zie ook ➝ Cartographie.

Jong.