Wat is de betekenis van kaart?

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kaart

kaart - Zelfstandignaamwoord 1. een schematische afbeelding van een ruimtelijk gebied op een plat vlak in een verkleinde schaal 2. een bedrukt kartonnen vel dat met de post verstuurd kan worden Ik stuur je een kaartje. 3. (kaartspel) een kartonnen of plastic vel uit een kaartspel, om mee t...

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kaart

kaart - zelfstandig naamwoord 1. rechthoekig stuk karton met afbeelding ♢ we sturen hem een kaart uit Marokko 1. we spelen open kaart [we zeggen precies wat we denken] 2. hem in...

Lees verder
2017
2021-07-27
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Kaart

Een kaart is een digitaal of analoog gemodelleerde, geografische of schematische weergave van het aardoppervlak, waar gebruik wordt gemaakt van een schaal.

2017
2021-07-27
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Kaart

Kaart - iemand in de kaart loeren: oppakken. Uitdr. populair aan de KMA. Vb.: De klabakken hebben hem in de kaart geloerd. Oorspr. Barg.

2009
2021-07-27
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

kaart

(de; -en) - teken dat een wedstrijd- commissaris kan tonen aan een renner als waarschuwing (gele kaart), bv. bij fourcross wegens het (on)opzettelijk in gevaar brengen van zijn tegenstanders, of als diskwalificatie of verwijdering (rode kaart). • Onder voorbehoud van andere bepalingen die aanleiding geven voor diskwalificatie, wordt een renner die...

Lees verder
2008
2021-07-27
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

kaart

(de; -en) sp - teken dat een scheidsrechter kan tonen aan een atleet als waarschuwing (gele kaart), als diskwalificatie of verwijdering (rode kaart) of als aanduiding dat er geen waarschuwing of diskwalificatie volgt (groene kaart). • De scheidsrechter heeft het recht atleten wegens onsportief of onbehoorlijk gedrag te waarschuwen of uit te sluiten...

Lees verder
1998
2021-07-27
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

kaart

1. Speelkaart: dun rechthoekig stukje, al dan niet geplastificeerd, karton met aan een zijde de aanduiding van de rangorde (aas, heer, vrouw, boer, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3 of 2) en kleur (♠, ♥, ♦ of ♣). 2. Elke der 52 kaarten. 3. De dertien kaarten die iemand op een spel zijn toebedeeld (hand). 4. Systeemkaart.

Lees verder
1997
2021-07-27
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kaart

Een scholier uit het Noord-Hollandse Heemskerk stuurde mij het volgende verwensingsversje toe: Stuk, verrot, verdriet,// Donder op en flikker neer,// Breek je knieën,// Val in drieën,// Krijg de koude kippenkoorts,// Waterpokken enzovoorts,// Krijg een kaartje naar de hel,// Adieu mijn liefste en vaarwel. In Rijnsburg kent men nog...

Lees verder
1993
2021-07-27
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Kaart

Zie: weerkaart

1980
2021-07-27
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Kaart

Joannes; ged. Amsterdam 16 oktober 1809, overl. Amsterdam 25 maart 1895. Woonde en werkte aldaar. Rijtuigschilder, dekoratieschilder, kunstschilder (?).Scheen 1969.

Lees verder
1976
2021-07-27
Gerben Abma

Encyclopedie van het hedendaagse Friesland (1976)

KAART

Kleine buurtschap met 11 inwoners ten westen van Midsland (Terschelling).

1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kaart

v./m. (-en), 1. speelkaart: kaarten van verschillende kleur; een spel kaarten; alles op één — zetten, zijn geluk van één enkele handeling laten afhangen; in het mv. of in het enk. als coll. van een volledig stel: een bespeelde —, een spel kaarten waarmee reeds gespeeld is; een nieuwe —; de — geven...

Lees verder
1958
2021-07-27
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

KAART

Buurschap (11 inw.) onder Midsland op Terschelling, Z. van de weg Midsland-Westerschelling.

1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kaart

s., kaert; doorgestoken —, trochstutsen wurk, kaert, omstutsen wurk, in opmakke mouwe; een -je leggen, in bledtsje omkeare; alles op éénzetten alle bûter op ien pankoek smite; niet alles op éénzetten, net alle aeijen ûnder ien hin lizze....

Lees verder
1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kaart

v. (-en), 1. speelkaart: kaarten van verschillende kleur; een spel kaarten; — alles op één kaart zetten, zijn geluk van één enkele handeling laten afhangen; — in het mv. of in het enk. als collectief voor een volledig stel: een bespeelde kaart, een spel kaarten waarmede reeds gespeeld is...

Lees verder
1933
2021-07-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Kaart

voorstelling v/d aarde of een deei daarvan, v/d zee of een zee, de kust, stroomingen, enz., of v/d hemel (sterren-k.).

1933
2021-07-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kaart

1° ➝ Kaartspel. 2° (Geogr.) Een afbeelding van een deel der aardkorst in een plat vlak. Aangezien de bolvorm der aarde zich tegen een in elk opzicht getrouwe afbeelding verzet, is het de taak der ➝ kaartprojectie-leer na te gaan op welke wijze deze afbeelding, met betrekking tot het beoogde doel, het beste tot stand kan komen. Een k. is na...

Lees verder
1921
2021-07-27
Levende taal

T. Pluim - 1921

Kaart

Ook aan het zoo algemeen gebruikelijke kaartspel zijn verschillende uitdrukkingen ontleend. 1. Alles op één kaart zetten: aan één kans alles wagen; het is ontleend aan een hazardspel, waarbij de speler, die op één bepaalde kaart een zekere som zet, dit bedrag verliest of een zelfde som wint. 2. Iemand in de...

Lees verder
1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kaart

KAART, v. (-en), speelkaart: een spelkaarten; de kaart geven, steken, afnemen; de kaarten doorschieten, wasschen; de kaart vergeven, valsch geven; eene mooie kaart hebben, voordeelig om te spelen; — de kaart leggen, waarzeggen uit de kaarten, kunstjes met de kaarten doen; — iem. in de kaart kijken of zien, (ook fig.) zijne geheime plan...

Lees verder