Aseïteit betekenis & definitie

Aseïteit - (Lat. aseitas, zie a se = van zichzelf), goddelijk attribuut, beteekenend,dat God geen oorzaak heeft van Zijn bestaan, maar dat Hij door Zichzelf is. De a. houdt in iets negatiefs — geen oorzaak hebben, en iets positiefs — door zichzelf zijn. De a. van God is gegeven met het begrip van God als volstrekt onafhankelijk, onveroorzaakt wezen. God is door zichzelf, beteekent niet, dat God zich door een daad tot bestaan brengt (Schell, Kath.

Dogmatik, I 1889, 225—246). Het beteekent, dat God bestaat door Zijn eigen wezen, omdat in God wezen en bestaan identiek zijn. God bestaat niet door eigen werkoorzakelijkheid, maar krachtens Zijn wezen; te bestaan is Zijn wezen. Over de vraag of in de a. het eerste goddelijke attribuut — Gods eigen aard — gegeven is, zie God.

Lit.: Diekamp, Kath. Dogmatik (I 61930, 153). Kreling