Wat is de betekenis van wezen?

2019
2021-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

wezen

wezen - Werkwoord 1. (copl) (auxl) ergatief Alternatieve onbepaalde wijs van zijn. Tegenwoordige tijd alleen in de gebiedende wijs: wees(t). De vorm gewezen wordt alleen als bijvoeglijk naamwoord gebruikt Hij zal gezegend wezen. wezen - Werkwoord 1. meervoud verleden tijd va...

Lees verder
2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wezen

wezen - onregelmatig werkwoord, zelfstandig naamwoord uitspraak: we-zen 1. een werkelijkheid vormen, bestaan ♢ jij mag er wezen, hoor kind 1. hij mag er wezen! [hij ziet er goed uit] ...

Lees verder
1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Wezen

I. ww. (was, is geweest [zie verder bij zijn]), vrijwel alleen in de onbep. en geb. w. voorkomend, 1. bestaan, zijn : die was en eeuwig wezen zal, t.w. God ; — bep. zó zijn, in zekere kwaliteit bestaan: hét mag wezen hoe 't wil, het is een onaangename zaak ; — hij mag er wezen, hij is niet...

Lees verder
1933
2021-01-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Wezen

(Lat.: essentia). Men onderscheidt het transcendentale w. (→ Transcendent), dat het voorwerp is der → ontologie en alle mogelijke individueele wezens omvat; en het praedicamentale w. (→ Categorieën), waaraan het soortbegrip beantwoordt, dat bepaalde soortelijk overeenstemmende individueele wezens omvat. Dit laatste is het w. in...

Lees verder
1916
2021-01-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Wezen

Wezen - beteekent 1) het bestaande ding (b.v. levend wezen), 2) het bepaalde zijn, dat aan een ding (in tegenstelling tot andere dingen) eigen is, de essentia, de som der constitutieve kenmerken, die de identiteit van een bepaald ding uitmaken en door welke het bepaalbaar (definiëerbaar is). Zoo is b.v. „redelijk” een essentieel kenmerk van den men...

Lees verder
1898
2021-01-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Wezen

zie Aangezicht, zie Aard, zie Ding.

1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Wezen

Het begrip wezen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. wezen - WEZEN, (is, was, is geweest), zijn, bestaan: het mag wezen hoe ’t wil, het is eene onaangename zaak; — hij mag er wezen, hij is niet min, niet klein ; — ik mag er niet wezen, het bevalt mij daar niet; — dat mag wel zoo wezen, dat is maar zoo zoo ; wij zijn da...

Lees verder